Na veertig jaar legt ‘mister Harskamp’ de bestuurshamer neer

Ruim 40 jaar was Dirk van Wikselaar bestuurlijk betrokken bij vele activiteiten van zijn geliefde voetbalclub S.V. Harskamp. Begin deze maand trok Dirk figuurlijk online de deuren voor de laatste keer deels achter zich dicht.

,,Waarom ik stop? Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Je moet niet vastroesten. In het onlangs nieuwgekozen bestuur zit voldoende ervaring om de club op een goede wijze draaiende te houden. Dat zij de functie van voorzitter even niet invullen is respectvol maar was voor mij onnodig”, opent Dirk van Wikselaar. Ook de suggestie dat er sprake is van een beleidsverandering wijst hij pertinent van de hand. ,,Ook als ik voorzitter was gebleven waren de randvoorwaarden om bij Harskamp te voetballen verruimd. Dat is al een idee van jaren.”

Op twintig jarige leeftijd werd Dirk al gevraagd zitting te nemen in het dagelijks bestuur. ,,Toenmalige voorzitter Jan Bos belde en ik zei gelijk ja. Ik weet nog dat ook opmerkte: Jan, misschien kan ik nog wat van je leren. En het was nog waar ook. Jan Bos was niet alleen een geweldig bestuurder, maar ook klankbord. Ik heb nog steeds goed contact met hem.”

Na veertig jaar legt ‘mister Harskamp’ de bestuurshamer neer

Dirk van Wikselaar binnen en buiten het terrein een vraagbaak.

Dat bestuurslidmaatschap ging overigens niet vanzelf. ,,De KNVB had de regel dat je 21-jaar moest zijn om in het dagelijks bestuur van een club zitting te nemen. Ik kreeg gelukkig dispensatie. Dat was de tijd toen”, lacht de oud-voorzitter.

Bij het 60-jarig jubileum verwoordde Van Wikselaar zijn entree bij de plaatselijke trots treffend. ‘Apetrots was ik, toen ik in de zomer (1970) lid mocht worden bij de plaatselijke voetbaclub. Voetballen in de junioren jong met een paar meegenomen voetbalschoenen (inclusief krant in de neuzen) want de schoenen waren te groot. Ik was de beste speler van het veld. ,,Een grapje natuurlijk. Maar het waren wel vrijwilligers waaraan ik het eerst terugdenk. Zij stonden klaar voor elk nieuw lid”, kijkt de toen 10-jarige oud-speler en later keeper terug.

Dirk van Wikselaar begon bij junioren jong als rechtermiddenvelder. In de C-jeugd was hij ook reservekeeper. ,,In de B-jeugd werd ik echt keeper. De reden daarvoor was simpel en gaf mijn karaktereigenschap ook weer. Ik ben op alle fronten altijd een winnaar geweest. Ik was als speler niet alleen keihard maar soms ook te gemeen. De trainer (Cees van Loenen, red.) vond dat ik maar moest gaan keepen. Dat was veiliger voor de tegenstander en mijzelf. Elke harde of zoals hij zei gemene overtreding werd wel gemaakt in het belang van de club”, zegt Dirk schuldbewust.

Van Wikselaar oogt imposant, zo op het oog een geboren spreker, maar een hart van goud. ,,Ik denk dat die omschrijving aardig past. Alleen spreken in het openbaar of bijvoorbeeld het leiden van een A.L.V. ging lang niet vanzelf. Ik bereid alles wat ik zeg minutieus voor. Soms tot net voor de deadline. Maar als ik eenmaal begonnen ben, verzin ik onderweg nog weleens wat erbij. Misschien komt het daarom zo goed over”, zegt Dirk bescheiden. De geboren Harskamper ontgaat weinig tot niets in het dorp. ,,Ik zoek het niet op maar inderdaad ben ik van vele ins en outs bij de club maar ook het dorp Harskamp op de hoogte. Mijn stelling is altijd geweest dat indien je iets voor je woonplaats kunt doen dat niet moet laten.” Dirk van Wikselaar kan een boek schrijven over zijn levenswerk bij de vierdeklasser.

‘Elk lid was voor mij even belangrijk’

,,Ik ben ontzettend dankbaar dat ik dit verenigingswerk heb mogen doen. En nee, de club is nog niet van mij af. Op bestuurlijk niveau doe ik inderdaad een stap terug. Maar daarmee neem je geen afscheid als vrijwilliger. De 61-jarige zal nog gewoon bij zijn club over de vloer komen. Ik blijf daar waar mogelijk actief. Maar laat een ding ook duidelijk zijn. Ik zal nooit de nieuwe bestuurders in de weg lopen. Je moet niet over je eigen erfenis heen willen blijven meekijken. Daar had ik zelf ook een hekel aan. Vanaf de kantlijn weet iedereen het vaak beter. Maar als verenigingsbestuurder moet keuzen maken in het belang van de club. Mijn credo was ook altijd dat wat werd besloten in de bestuurskamer als eenheid in de kantine werd uitgedragen”, opent de nu afgetreden voorzitter. Een boegbeeld waar vele sporters en/of bestuurders de voetbalclub associeerden. ,,Het klopt dat ik de loop van de jaren bij ontelbare mensen het ‘gezicht’ van de club ben geworden. Maar eerlijk is eerlijk zonder de steun van heel veel vrijwilligers in al die jaren was het nooit gelukt. Het team is altijd groter dan de eenling”, gaat Van Wikselaar met zijn kenmerkende stemgeluid maar bescheiden verder.

Na veertig jaar legt ‘mister Harskamp’ de bestuurshamer neer

De bekendmaking van de winnende lootjes. - Foto door Eip Janssen

Dat stemgeluid was bij elke thuiswedstrijd van de Harskampse hoofmacht op het mooie sportpark ’t Meuleveld voorafgaande aan de wedstrijd en in de rust goed hoorbaar. De tegenstander welkom heten of de winnende lootjes van de verloting bekend maken leek wel cabaret. ,,Ik probeerde er mijn eigen draai aan te geven. Natuurlijk gaat het je in het begin wat minder gemakkelijk af dan aan het einde van mijn voorzitters carrière. Ik probeerde humor te combineren met ons visitekaartje: ‘gastvrijheid’. Deze club kende hoogtepunten maar ook en mindere perioden. Maar een ding is altijd gebleven. Iedereen die ons sportpark bezocht was welkom en het gevoel hebben gerespecteerd te worden. Ik denk in alle bescheidenheid dat dat ook zo gevoeld werd.”

De bevlogen Van Wikselaar is zelf te bescheiden om zichzelf in het zonnetje te zetten over zijn verdiensten binnen S.V. Harskamp. Heel beknopt ziet zijn verleden er binnen de vereniging als volgt uit: In 1980 werd Dirk van Wikselaar secretaris Hij vervulde die functie zo’n zestien jaar. Hij ‘promoveerde’ tot voorzitter (1996, red.) ,,Ik werd de elfde voorzitter in de club. Ze zeggen weleens het gekkengetal. Maar ik heb er geen moment spijt van gehad. Het eerste en ook tevens laatste wat ik in die functie heb gedaan is voorzitter zijn voor alle leden. Bij ons telt niet alleen het eerste maar ook de jongste pupil mee”, zegt hij gedecideerd. Buiten de bestuursfuncties was Van Wikselaar ook nog een druk baasje. Kantinediensten, schoonmaak, vrijdagmiddagploeg, klusjesdagen, leider van diverse elftallen, scheidsrechter, clubblad ‘De Uitschieter’, wedstrijdbulletin ‘De Aftrap’ is slechts een deel van zijn nevenactiviteiten.

,,Die vele activiteiten naast het voorzitterschap kon ik doen omdat het thuisfront mij de ruimte gaf. Ik ben mijn vrouw Hennie en de kinderen Lars en Birget met hun latere partners Frank en Michelle heel dankbaar.”

Natuurlijk heeft Dirk zich achteraf weleens de vraag gesteld of hij niet wat taken had moeten laten liggen. ,,Dat is niet de aard van het beestje. En laten we eerlijk zijn voor wat je leuk vindt tellen de uren niet. Natuurlijk waren er ook wel eens zaken die minder leuk waren. Omdat zoals ik al eerder opmerkte in het dorp of bij de club weinig plaatsvindt wat ik niet weet, was het soms balanceren. Je kon niet altijd laten merken wat je al wist. Maar wel ben ik altijd mijzelf trouw gebleven. Waren maatregelen nodig werden die ongeacht de persoon ook genomen.”

Het leverde Dirk van Wikselaar de nodige onderscheidingen op. ,,Eind 2005 tijdens mijn 25-jarige jubileum als dagelijks bestuurslid werd ik totaal onverwacht door de voorzitter van de KNVB - Oost (Siep de Jong, red.) met de gouden waarderingsspeld verrast. Klap op de vuurpijl was dat het bestuur en leden van de club mij tot Erelid benoemden. Ook werd ik later (18 november 2013) nog Lid van Verdienste van de KNVB. Ik ben trots op deze onderscheidingen maar waren ze mij niet ten deel gevallen had ik er geen minuut minder om geslapen. Ik ben geen bestuurder geworden met de idee dat dit mij ten deel zou vallen.”

Na veertig jaar legt ‘mister Harskamp’ de bestuurshamer neer

Dirk, op zijn praatstoel is niet te stoppen - Foto door Eip Janssen

Een gesprek met Dirk van Wikselaar afsluiten zonder wat anekdotes is een voetbalwedstrijd zonder doelpunten.

,,Hoeveel ruimte heb je nog? Laat ik er een paar de revue laten passeren. Frans de Hoop was als ik terugkijk naar de vele trainers die S.V. Harskamp heeft gehad een van mijn favorieten. Een kanjer en een gentleman als trainer. Hij paste precies bij onze mooie club. Op een trainingsonderdeel hadden we een andere kijk. Hij was gek van coopertesten en ik juist niet. Bij eerdere trainers kon je die als keeper wel overslaan. Bij De Hoop niet. Dan moet je wat creatief zijn. Na drie coopertesten had ik het wel gehad. Bij de vierde keer werd ik licht onwel. Frans helemaal in paniek omdat het me ’zwart voor de ogen’ werd. Ik hoefde geen coopertest meer te lopen. Later hebben we er samen hartelijk om gelachen. Hij begreep het wel.”

Ook de 1 april grap over een fusie tussen S.V. Harskamp, SDS ’55 en SV Otterlo is legendarisch. ,, De drie voorzitters lieten een verhaal in de krant publiceren dat zij alleen nog gezamenlijk toekomst zagen voor de drie dorpsclubs. Bertus Hendriksen (SV Otterlo), Herman Sündermann (SDS ’55) en ik gaven een interview. In het clubhuis van SDS ’55 zouden we 1 april tekst en uitleg geven. Het verhaal sloeg bij de leden in als een bom. Wij zaten in het clubhuis van SDS’55 en zagen van alle drie de clubs vele leden voorbijrijden. Slechts een enkeling durfde binnen te komen. Wat een plezier hebben we eraan beleefd. Maar het gaf tevens aan de sfeer tussen de drie dorpsclubs altijd goed is geweest en nog”, schatert Van Wikselaar.

Na veertig jaar legt ‘mister Harskamp’ de bestuurshamer neer

Dirk, tweede van links, was als jeugdige speler een boefje. Maar had ook veel plezier met zijn veteranen.

Dat deed hij aanvankelijk niet bij de laatste en derde uitgekozen anekdote. ,,Ik kreeg in een wedstrijd tegen EZC (Epe) een rode kaart. Ook Erik de Geit werd wegens slaan weggezonden. Hij kreeg aanvankelijk negen wedstrijden. Waarom ik als keeper en aanvoerder ‘rood’ kreeg. Ik moest van de scheidsrechter na veel tumult over de rode kaart voor De Geit aftrappen en weigerde. Ik stond in de middencirkel bij de scheidsrechter en vroeg wat de reden was van het wegsturen van Erik de Geit. De leidsman was onverbiddelijk en meldde dat de grensrechter van EZC een slaande beweging had gezien. Op mijn vraag of hij het zelf had gezien volgde een ontkenning. En nu trap je af sommeerde hij. Ik was dat zoals gezegd niet van plan en werd weggezonden. Bij de beroepscommissie vroeg de voorzitter waarom ik het spel niet had hervat? Ik wist natuurlijk best wat de scheidsrechter bedoelde maar naïviteit is soms ook handig. Heeft u een doelman wel eens de aftrap zien nemen? De voorzitter van de strafcommissie bevestigde dat een aftrap door de doelman wel heel bijzonder was geweest. Ik werd vrijgesproken en Erik (De Geit, red.) kreeg slechts drie in plaats van negen wedstrijden. Ook dit was een vorm van clubbelang verdedigen”, besluit clubman Dirk van Wikselaar.

Bron: EdeStad.nl door Eip Janssen